Inhoudelijke richtlijnen: Het wildbeheerplan regelt het jachtgebeuren van een wildbeheereenheid en omschrijft het toekomstig jachtbeleid. Het plan spitst zich toe op alle aspecten van het faunabeheer en omvat zowel de bejaging en bestrijding van wildsoorten, het bijhouden van valwild, het opvolgen van populatietrends en beheer van wildhabitats.
Het dient ook aan te geven welke stappen de wildbeheereenheid zal zetten om de samenwerking tussen de leden van de wildbeheereenheid te bevorderen en welke maatregelen er genomen zullen worden om het toezicht binnen de wildbeheereenheid te verbeteren.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het beperkt wildbeheerplan en het uitgebreid wildbeheerplan. In beide gevallen dient als één van de eerste stappen een liggingsplan te worden opgemaakt. Hierop moeten de jachtterreinen van de aangesloten jachtrechthouders aangeduid worden.
Het beperkt wildbeheerplan moet daarnaast ook de volgende tabellen omvatten:
1. een overzicht van de jachtrechthouders en de oppervlakte van hun jachtterreinen;
2. een beschrijving van de biotopen en het grondgebruik;
3. een beschrijving van de evolutie van de voorjaarsstand en van het afschot gedurende de laatste 5 jaar (wildstand- en afschotgegevens)
4. een omschrijving van de beheerdoelstellingen en -maatregelen per soort (doelstellingen en maatregelen).
Het uitgebreid wildbeheerplan bevat naast de verplichte gegevens en voornoemde gegevens van het beperkt wildbeheerplan nog andere gegevens die belangrijk (kunnen) zijn in het kader van het wildbeheer binnen de wildbeheereenheid. Het gaat dan bijvoorbeeld om informatie over valwild en schade aan land- en tuinbouwgewassen:
1. interne spreiding van de afschot en voorjaarsstand binnen de wildbeheereenheid;
2. de evolutie van het gevonden valwild binnen de wildbeheereenheid;
3. de terreinen waarop niet gejaagd mag worden of waarop bepaalde beperkingen gelden;
4. schade aan land en/ of tuinbouwgewassen;
5. de belangrijkste boscomplexen binnen de wildbeheereenheid en of deze al dan niet verpacht worden en/ of er bestrijding plaatsvindt;
6. een schematisch overzicht van de beheerdoelstellingen en maatregelen voor de volgende erkenningperiode en dit samen met de evolutie van de geschatte voorjaarsstand en van het afschot in de vorige erkenningperiode; toelichting bij de verschillende voorgestelde doelstellingen en maatregelen;
7. aanwezigheid van zoogdieren en dag- en nachtroofvogels en de evolutie van de voorkomende soorten in de laatste vijf jaren;
8. soorten waarmee geregeld problemen optreden.
Subsidiemogelijkheden: De Vlaamse overheid voorziet in de mogelijkheid om voor het opmaken van het uitgebreid wildbeheerplan projectsubsidies toe te kennen. De subsidie is een forfaitair bedrag van 1.500 euro.
Naast het wildbeheerplan bestaan er nog tal van andere plannen die met de jacht te maken hebben zoals:
Jachtplan
Kaart van het jachtgebied van een jager dat door elke individuele jachtrechthouder bij de arrondissementscommissaris van zijn provincie in drie exemplaren moet worden ingediend. Het moet jaarlijks worden bevestigd.
Zolang het jachtgebied geen wijzigingen ondergaat, kan dit d.m.v. een verklaring van jachtrechthouder. Dit is eveneens in drievoud toe te sturen aan de arrondissementscommissaris. Wanneer het jachtplan wordt gewijzigd, moet binnen de maand na de wijziging een nieuw plan worden neergelegd.
Wanneer er voor eenzelfde jachtterrein meerdere houders van het jachtrecht zijn, volstaat de neerlegging van het plan, door één van de jachtrechthouders. De overigen leggen dan jaarlijks een verklaring van medejachtrechthouder neer bij de arrondissementscommissaris waarbij zij meedelen dat zij ook houder zijn van het jachtrecht op dat jachtterrein.
Wildbeheereenheden zijn verplicht om een gezamenlijk jachtplan in te dienen.
Beheerplan kleinwild & wildrapport
Voor de jacht op kleinwild zijn een wildrapport en een beheerplan kleinwild verplicht. Zowel de individuele jachtrechthouder als een groep jachtrechthouders moet dit vierjaarlijks indienen bij het ANB. Het omvat de volgende documenten:
a) een lijst van de jachtrechthouders en de oppervlakte van het jachtterrein of de jachtterreinen;
b) een situatieplan van het jachtterrein of de jachtterreinen (op schaal 1/10 000 of 1/25 000);
c) biotoopbeschrijving - grondgebruik;
d) wildstand;
e) omschrijving van de beheerdoelstellingen;
f) omschrijving van de beheermaatregelen.
Voorlopig is van het beheerplan kleinwild geen model uitgewerkt en dient men zich te baseren op het beperkt wildbeheerplan, waarmee het veel gelijkenis heeft. Het beheerplan moet uiterlijk drie maanden voor de opening van de jacht van de betrokken soorten worden ingediend bij het ANB.
Het wildrapport is een jaarlijkse lijst van de op basis van tellingen geschatte voorjaarsstand en van de absolute afschotcijfers van patrijs, haas en fazant. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een modelformulier.
Afschotplan voor bijzondere bejaging
Grofwildsoorten (edelhert, ree, damhert, moeflon, wild zwijn) kunnen alleen met een speciale vergunning, het afschotplan, worden bejaagd. In Vlaanderen geldt het afschotplan voornamelijk voor ree, maar kan ook voor de andere soorten worden opgemaakt. De aanvraag bevat onder meer een omstandige beschrijving van het type en de omvang van de schade die de jachtrechthouder beoogt te voorkomen of te beperken, dan wel de natuurwaarden en ecologische processen die hij beoogt te vrijwaren. |